Ben je een slechte fietser als je vaak valt? Als je schaafwonden en blauwe plekken hebt die niemand ziet, omdat je razendsnel op staat, je handen schoon veegt, je broek afklopt en doet alsof er niets aan de hand is? Als je zó snel weer op je fiets zit dat je niet ziet dat de jouwe vierkante wielen heeft. En dat je op een fietspad rijdt dat helemaal de verkeerde kant op gaat, steeds verder weg van waar je eigenlijk naar toe wilt?
Je wilt de andere fietsers dolgraag bij houden. Net zo goed zijn en met zo snel fietsen als zij. Alleen zijn zij paarden op fietsen met stevige, ronde banden. En ze rijden over een weg die voor hen is aangelegd en precies de kant op gaat die ze op willen.
Kun je ook stoppen? Mag je gewoon even afstappen en de tijd nemen om te zien dat je een zebra bent op een fiets met vierkante wielen? Dat dat je juist zo leuk maakt? En zoveel interessanter dan al die saaie paarden die in hun maatpakken en Didi tuniekjes op hun snelle fietsen de hobbels en bobbels nemen op een pad dat voor ze gemaakt is? Natuurlijk vallen ze ook wel eens. Alleen niet zo vaak. En niet zo hard.
Mag je toegeven dat het klote is om te vallen? Dat al je schaafwonden en blauwe plekken pijn doen? En dat het verdomd eenzaam is om altijd maar zo hard te moeten trappen om de kudde bij te houden? Kun je zien dat de worsteling die het fietsen op de begaande paden voor je geweest is, je sterker en wijzer heeft gemaakt dat je ooit voor mogelijk hebt gehouden?
Keer om. Stap op. Kies een ander pad. Er zijn zoheel veel zebra’s, die naast hun fiets met vierkante wielen op je staan te wachten om samen verder te rijden. Een totaal andere kant op. De leuke kant. Jullie kant.
Geplaatst op 16.03.2026 door Lotte
