Noors plat

“The first bit is flat. Then we start the climb, which will take about an hour”. Ik ben in Noorwegen en samen met Jasmin uit Amsterdam en Anne uit Parijs luister ik naar de uitleg van Michael, onze langharige Tsjechische berggids. We doen vandaag de hike naar Trolltunga en omdat het erg slecht weer is, zijn we, inclusief Michael, maar met zijn vieren.

Het is zaterdagochtend, kwart over acht, en we spelen meteen een beetje vals. De eerste drie kilometer, van het meeting point in Skjeggedal naar de trailhead bij Mågelitop, gaan over een smalle autoweg vol haarspeldbochten met een stijgingspercentage van zestien procent en doen we met een shuttlebus. We halen een paar dappere hikers in die ook dit deel te voet doen, waaronder een man in een poncho en een korte broek, op witte tennisschoenen, die ondanks zijn opmerkelijke outfit aardig de pas erin heeft.

Als we bij Mågelitop zijn uitgestapt vertelt Michael ons over het verloop van de trail, die dus plat schijnt te beginnen. En zo maken we kennis met het begrip ‘Norwegian flat’. Mijn mede-Nederlander Jasmin kijkt mij aan met een blik van verstandhouding als ik eruit flap: “But this is not flat!”. Want het pad dat onze gids opgaat, is meteen een klim waarbij mijn toch al wat vermoeide kuitspieren me luid en duidelijk vragen: “Moet dit? Nu?” Michael en ik zijn op dat moment nog vreemden van elkaar en aan zijn opgetrokken wenkbrauwen, en de reactie “This is just to get on the trail”, zie ik dat hij niet doorheeft dat ik een grapje maak en dat hij me een beetje een zeikerd vindt. Weet hij veel dat ik hier juist kom voor de lange hike, dat ik de klim en het kloteweer juist een leuke uitdaging vind, en dat ik niet eens een foto van mezelf hóef op Trolltunga. Ik wil gewoon lopen, een beetje afzien en die rots halen. Dat is het wel.

WTF?!

De eerste echte klim is geen grapje. Ik ben normaal al niet zo’n snelle stijger, maar omdat ik ongesteld ben, ben ik vandaag écht niet vooruit te branden. Wat is dit een motherf*cker to climb. De fase waarin mijn quads, kuiten en hamstrings zich overgeven en ik slow, steady, en met een zeker gemak omhoog loop, komt niet. WTF beentjes?! Dit is een hike van twintig kilometer en afhankelijk van de weersomstandigheden staat er acht tot tien uur voor. Dit is pas uur één. Wat als ik dit niet kan?! Ik begin het voordeel van trekking poles zowaar in te zien en heb heel even spijt dat ik die van Judith niet heb meegenomen. Heel even maar. Eenmaal boven roep ik geïrriteerd uit: “I am my own worst enemy. I am so frustrated!” Michael moet lachen: “Don’t be frustrated. Just enjoy the view”. Ik kom op adem, kijk om me heen en zie dat hij gelijk heeft. Natuurlijk heeft hij gelijk.

Snickers en water

Dan is het tijd voor een snackje. Er was ons verteld om eten mee te nemen voor dertien uur, dus mijn net iets te kleine blauwe Osprey dagrugzak zit volgestouwd met boterhammen, een paar gezonde energierepen en meerdere Snickers. En ja, klopt, die zijn niet heel erg vegan, maar wel heel erg de uitzondering waard. Ik heb ze zelfs zelf gekocht. Want op een camping met een gasbrander vegan Snickers gaan zitten maken, zag ik gewoon niet zo zitten. Het kan vast. Maar mij niet gezien.

Veel water hoefden we niet mee te nemen, had er in de informatie mail gestaan, want onderweg komen we meerdere refill stations tegen. En dat klopt. Watervallen te over waaruit we onze flessen kunnen bijvullen. Alleen ben ik de techniek een beetje verleerd. En dus heb ik na nog geen vijf kilometer – we zijn inmiddels ingehaald door de man op de witte tennisschoenen – al een kletspoot, omdat ik niet perse goed ben in multitasken terwijl er op me wordt gewacht. Op kilometer zeven kieper ik, om dezelfde reden, en omdat ik mijn vingers bijna niet meer voel, de halve inhoud van mijn net gevulde hydropack in mijn rugzak. Inmiddels zijn we geen vreemden meer van elkaar – Anne uit Parijs en ik hebben een paar kilometer terug al gezellig naast elkaar zitten sassen – dus als ik zeg “Welcome to my life” weten ze alledrie genoeg en wordt er alleen maar wat gegniffeld. Op de terugweg vraagt Michael me bij dezelfde waterval of ik niet nog even een halve liter water over mijn spullen wil gooien. We zijn inmiddels besties.

Godt tur

Met nog twee kilometer te gaan tot Trolltunga zie ik een bekend gezicht. De witte tennisschoenen zijn al aan de terugweg bezig. Verbijsterd roep ik uit: “Oh my God, you are so fast!”. Een grote grijns breekt zijn gezicht open. “Ah, thank you, thank you”, lacht hij, “Godt tur”. “Godt tur” zeg ik terug, fijne wandeling, en ik focus me weer op het zoveelste stukje Norwegian flat dat we aan het beklimmen zijn. Als ik niet veel later omkijk, is hij alweer uit het zicht verdwenen.

Trolltunga

En dan is het opeens gelukt en zien we Trolltunga opdoemen. Wat is dat geweldig. Het is koud en nat en spekje glad, en we waaien bijna van de berg, maar ik ben super happy. Ik houd stiekem wel van een beetje afzien en dat wordt nu beloond, want vanwege dit fantastische pokkenweer is er bijna niemand. Normaal sta je hier volgens Michael minstens een uur in de rij voor die welbekende Insta-foto. Dat plaatje interesseert me niet zo, maar nu blijkt dat we zo door kunnen lopen, denk ik: “ach nou, toe maar dan”. Ik ben geen fan van grote hoogten en eindeloze diepes, dus ik vraag of ik eerst mag. Dan heb ik het maar gehad. Met knikkende knietjes klauter ik naar beneden, in mijn geleende felgele regenjas. Als ik val, kunnen ze me in ieder geval goed zien gaan. Voorzichtig loop ik de tong op. Holy f*ck, wat is dit hoog.

Sterk, fit en intens gelukkig

Terwijl Michael met bevroren vingers foto’s maakt, voel ik me mega trots. Van een ziek, verzwakt hoopje huid en botjes in 2022 ben ik eindelijk weer sterk en fit – zo sterk en fit zelfs dat ik gewoon Trolltunga heb bereikt. Ik voel me intens gelukkig. Het shirt van Trolltunga Active dat ik gekocht heb, ervan uitgaande dat ik dit werkelijk zou gaan doen én ook zou gaan halen, heb ik dik verdiend. Dat het supersuf is om in zo’n toeristisch shirt te lopen, kan me geen reet schelen. Het is zwart, en cool, en ik trek ‘m de komende weken niet meer uit.

Valeriaandruppels

Naast blij, sterk en trots voel ik me ook verdrietig. Wat me misschien nog wel het meest geholpen heeft om hier te komen, om dit na bijna vijfentwintig jaar ein-de-lijk weer te kunnen doen, is de adhd diagnose die ik nog niet zo lang heb en de medicatie en therapie die ik daarvoor krijg. Op mijn zeventiende zat ik voor het eerst bij de huisarts met heftige angst- en paniek klachten. Hij raadde me valeriaandruppels aan, ‘voor de examenstress’. Want het waren de nineties en in de nineties hadden meiden en vrouwen geen adhd.

Ik heb dit zo gemist

Hoeveel had ik wel niet van de wereld kunnen zien, en hoeveel bergen zou ik inmiddels wel niet beklommen hebben, als er toen al geconstateerd was: “Hé, maar dit is gewoon adhd!”, en als ik toen al de medicatie en begeleiding had gehad die ik nu krijg en die mijn leven zoveel stabieler en leefbaarder maken? In de bergen voel ik me thuis. Als ik hike, ben ik rustig en gefocust. Na een lange, intensieve bergwandeling bestaan er geen zorgen en slaap ik als een blok. Ik heb dit zó gemist.

Na heel veel oh’s en ah’s, minstens zoveel foto’s en een snelle lunch in de relatieve droogte en luwte van een grote rots beginnen we aan de terugweg. De witte tennisschoenen zullen inmiddels al wel met de voetjes op tafel zitten, maar wij hebben nog tien kilometer voor de boeg – tien kilometer stijgen en dalen, heel veel Norwegian flat, en met aan het eind die monster afdaling.

Dat had niet gehoeven

Ooit hebben een paar Noren bedacht dat het een goed idee was om de rotsblokken daar zo te reorganiseren dat ze een trap vormen. Had van mij niet gehoeven. Vond ik op de heenweg al klote. Blijkt op de terugweg minstens zo irritant. Ik kan niet lekker uptempo naar beneden slalommen, mijn favoriete onderdeel van lopen in de bergen, maar moet me op elke nét te grote stap concentreren. Eenmaal beneden ben ik kapot.

A really good pace

Maar Michael is trots op ons. We high-fiven elkaar en hij zegt dat hij het zelf ook naar zijn zin heeft gehad op deze hike. “We had a really good pace”, vindt hij ook. En nadat we vlak voor de laatste afdaling één van zijn collega’s hadden ingehaald die, langzaam achteruit lopend en met een extreem verveelde blik in zijn ogen, twee zwoegende Aziatische dames naar beneden begeleidde, snap ik wel waarom deze tocht ook voor onze gids goed te doen was. Want ondanks het fantastische pokkenweer en zo’n 900 Noors-platte hoogtemeters hebben we de hike met z’n viertjes in zeven uur en drie kwartier volbracht. Over een paar uur lig ik fris gedoucht in mijn warme slaapzak heerlijk te snoezelen. Ik vrees dat de verveelde gids en de twee Aziatische vrouwen dan nog aan de afdaling bezig zijn.


Meer lezen over de rondreis die mijn lief en ik deze zomer maakten door Noorwegen? Dat kan op mijn Polarsteps.


Geplaatst op 09.08.2026 door Lotte.